Geschiedenis van de parochies van Utrecht-oost

Inleiding

Bij de viering van het eerste lustrum van het samengaan van de parochies van Utrecht-oost 
is een boekje gemaakt over de geschiedenis van de afzonderlijke parochies.
Het gaat om de H.Hart-parochie in Oudwijk, de Onze Lieve Vrouwe parochie 
in (Buiten-)wittevrouwen en de Aloysiusparochie in Abstede.  

bron: 
"Utrecht-Oost 1992-1997, (Buiten)-Wittevrouwen-Oudwijk-Abstede", september 1997 ,
b.g.v. het eerste lustrum Katholieke Kerkgemeenschap Utrecht-Oost

 

Ga direct naar het gedeelte over:
Utrecht Domstad
Het wittevrouwenklooster met kerk
De statie Wittevrouwen  
De abdij en het klooster van Oudwijk
De H. Hartkerk te Oudwijk
De schuilkerk te Abstede 
De St Aloysiuskerk (1)
De St. Aloysiuskerk (2)
Het Meereorgel

Geef niet al uw aandacht
aan wat eens is geschied
zie, iets nieuws ga ik maken
het is al aan het kiemen
weet ge dat niet?

Uit Jesaja 43, 18-19

   

 

Utrecht Domstad

                    

  foto 1 Domtoren omstreeks 1880

Van welke kant je de stad Utrecht ook benadert, de domtoren zie je vrijwel altijd als eerste.  Rond de dom is altijd een levend centrum geweest van de stad en is dat nog steeds. In het jaar 47 bouwen de Romeinen het fort Trajectum bij een doorwaadbare plaats in de Rijn die toen door Utrecht liep. Rond het fort ontwikkelt zich een nederzetting op het kruispunt van vier waterwegen: de Kromme Rijn, de Vecht, de Oude Rijn en de Hollandse IJssel. Aan het einde van de zevende eeuw vestigt de Angelsaksische missionaris Willibrord zich in het Utrechtse. Vanaf die tijd is Utrecht ook het kerkelijke centrum van de Lage Landen. De huidige parochie Utrecht-oost strekt zich uit over de wijken (Buiten-)Wittevrouwen, Oudwijk en Abstede

   Wittevrouwenklooster met kerk

           

foto 2 Kerk en gedeelte Wittevrouwenklooster

 

In 1139 wordt de eerste bestraatte weg in ons land aangelegd dwars door de drassige veengronden. Deze Biltse straatweg of Steenweg diende als oostelijke handelsroute. Via de Wittevrouwenpoort ging men de stad komende vanuit Zeist. Wittevrouwen ontleent zijn naam aan de abdij van Wittevrouwen die gelegen was aan de Ridderschapsstraat en waarvan de bewoners behoorden tot die behoorden tot de orde der Norbertinessen. Deze adellijke nonnen gingen in het wit gekleed, evenals hun mannelijke tegenhangers, de Witheren. In de middeleeuwen is Utrecht al een handelsstad omringd door singels en stadswallen.     

Langs de Biltse straatweg ontstaat een nieuwe wijk: Buiten Wittevrouwen. In 1611 wordt de statie Buiten Wittevrouwen ingesteld. Dit is de voorloper van de latere parochie van Onze Lieve Vrouw. Toen de openbare uitoefening van de katholieke eredienst werd verboden, kwamen de katholieken bij elkaar in schuilkerken. Eerst is er een schuilkerk in het huis van Eelgis Gerritsz, later is er een vaste schuilkerk in de Oude Kerkstraat. 

In 1739 koopt de toenmalige pastoor een tot woonhuis omgebouwde boerenherberg Het Boompje met schuur en een stuk warmoezeniersland (land van een groentekweker) aan de Biltstraat. De woning wordt pastorie, de schuur wordt kerk en het land wordt kerkhof. Deze kerk wordt vernieuwd en in 1821 van een torentje voorzien, toen dat weer gezien mocht worden. 

Statie Wittevrouwen

 

               

foto 3 Onze Lieve Vrouwekerk Biltstraat

De statie Wittevrouwen bestreek een uitgebreid gebied, waarvan Zeist tot 1842 en de Bilt tot 1894 deel uitmaakten. 
Het inwonerstal neemt sterk toe. Om de kerk te kunnen vergroten wordt het Boompje  afgebroken. In 1855 wordt de parochie Onze Lieve Vrouwe opgericht. Vanwege doorgaande groei worden twee nieuwe kerken gebouwd in Wittevrouwen. Op de plaats van de afgebroken kerk aan de Biltstraat komt een neo-gothische hallenkerk, ontworpen door de architect A. Tepe. Deze kerk wordt aan Maria gewijd en krijgt de naam Onze Lieve Vrouwe Tenhemelopneming. De andere kerk tevens nieuwe parochie is de St. Josephkerk aan de Draaiweg.  
Na de tweede wereldoorlog worden veel neo-gothishe kerken gesloopt vanwege ontkerkelijking en ontvolking van de binnenstad. Ook de kerk Onze Lieve Vrouwe tenhemelopneming wordt afgebroken en vervangen door een kleiner multifunctioneel kerkgebouw.

 

Abdij en klooster van Oudwijk

 

              

foto 4 Abdij van Oudwijk

Oudwijk wordt omstreeks het jaar 600 door de Friezen op de Franken veroverd. 
Aanvankelijk is Oudwijk niet meer dan een gedeeltelijk stenen fort in onontgonnen veenmoerassen. Later beslaat Oudwijk het hele zogenoemde Oudwijkerveld, het gebied tussen Buurkerk, Biltstraat en Abstederdijk. 

Rond 1130 sticht Mathilde, burggravin van Utrecht, de St. Stevensabdij en het klooster Oudwijk Het klooster dat in 1171 plechtig wordt ingewijd, wordt bewoond door adellijke nonnen van de orde der Benedictinessen. Het klooster beschikt over een eigen bierbrouwerij, een bakhuis, een vijver met karpers en een weide met koeien en schapen. Dit alles zorgt er voor dat de nonnen geen gebrek lijden. Ook de abdij voorziet voor een belangrijk deel in de eigen dagelijkse levensbehoeften, en wat niet zelf geproduceerd wordt, wordt gekocht op de zaterdagmarkt in de stad Utrecht.    

In 1527 komt de stad in opstand tegen haar bisschop Hendrik van Beieren. De stad roept de hertog van Gelre te hulp, met als gevolg dat een bende Gelderse ruiters bezit neemt van de abdij. De abdis en de nonnen verhuizen naar hun vluchthuis dat gelegen is binnen de stadsmuren aan de Drift bij het Janskerkhof. Per boot vluchten de nonnen verder over de Vecht naar Nijenrode en tenslotte belanden ze veilig in het Begijnhof te Leiden. Kort daarna keren een aantal zusters terug naar de abdij, ondanks dat het lang onrustig blijft.    

In het voorjaar van 1528 verzamelt de Gelderse veldheer Maarten van Rossum zijn troepen op het Oudwijkerveld. Ze dringen van daar uit ver Holland binnen en plunderen Den Haag. Uit wraak vallen de Hollandse troepen het Stichtse binnen, waar ze zich legeren in de abdij Oudwijk. Daarbij gaan enkele gebouwen in vlammen op. Karel de Vijfde neemt in 1528 de wereldlijke macht over van de bisschop en zorgt voor tijdelijke rust in het gebied van de abdij. In 1577 wordt de Prins van Oranje weer erkend als stadhouder van Utrecht en de stad wordt versterkt met vijf bolwerken. Alle gebouwen buiten de stad worden echter gesloopt, omdat anders de vijand zich daarin kan verschansen. Zo wordt de abdij in 1584 grotendeels afgebroken en worden de resten omgebouwd tot buitenverblijf. Dit buitenverblijf wordt herhaaldelijk verbouwd en later wordt op de fundamenten een buitenhuis gebouwd, gelegen op Oudwijk 19, waar tegenwoordig een opleidingsinstituut is gevestigd.    

H. Hartkerk te Oudwijk

            

foto 5 Heilig Hart Kerk Oudwijk

In de twintiger jaren was het aantal parochianen van de parochie Onze Lieve Vrouwe Tenhemelopneming  te groot geworden. Een nieuwe parochie werd gesticht op het terrein van de oude abdij. De H.Hartkerk, die ontworpen is door architect J. Duynstee, werd in 1929 in gebruik genomen.  

Schuilkerk te Abstede

             

foto 6 Schuilkerk achter Abstederdijk 188 omstreeks 1930

Met de afsluiting van de Rijn bij Wijk bij Duurstede (circa 1100) wordt de streek ten oosten van Utrecht meer bewoonbaar. Naast Oudwijk ontstaat Abstede , genoemd naar de stedeplaats van de abdij van St. Servaas. Dit klooster voor adellijke jonkvrouwen wordt omstreeks 1230 binnen de wallen gebracht naar het St. Servaasbolwerk. De Abstederdijk dateert van rond 1100. Het is een dijk langs de Minstroom waarover het Abstederzandpad loopt. De dijk loopt door tot aan de Vossegatsedijk, dat tegenwoordig gedeeltelijk Vossegatselaan heet. Een bezoek aan de schuilkerk vergde toendertijd een lange modderige wandeling, want van bestrating was nog geen sprake.    

In 1580 moeten de katholieken hun kerken afstaan aan de calvinisten en van af toen komen ze in het geheim bij elkaar in huizen en schuren die dienst doen als schuilkerk. Zo is er een boerderij Het kerkehuys, aan het Abstederzandpad in gebruik als kerk. De godsdienstvrijheid wordt pas omstreeks 1800 weer hersteld.  

Aloysiusparochie te Abstede

               

foto 7 Aloysiuskerk  

In het begin van de negentiende eeuw is het gebied ten zuidoosten van Utrecht een hoveniersgebied met boerderijen en tuinderijen waar groenten voor de stad worden gekweekt. Daarnaast zijn er landgoederen (Amelisweerd, Rhijnauwen), villaĺs (Oorsprong, Hogeland, Oudwijk) en heerlijkheden (Soestbergen, Kranenburg, Marksland, de Minstroom).

Het parochiegebied Abstede behoort aanvankelijk tot de St. Martinuskerk. Dit verandert in 1906 toen de Jezu´ten zich vestigden in Abstede, waar zij worden belast met de oprichting van een kerk voor de hoveniers. Deze kerk wordt gebouwd aan de Abstederdijk tegenover de plaats waar vroeger de schuilkerk was. Op 14 maart 1907 wordt de Aloysiuskerk ingewijd. Het pand waarin later het Aloysiuskinderhuis werd gevestigd, deed dienst als eerste pastorie van de Jezu´ten.

    

De patroonheilige van de kerk is Aloysius Gonzaga, een zoon van een Italiaanse markgraaf. Hij dient van 1581 tot 1584 als page aan het hof van Filipos II in Spanje. Hij gaat over naar de orde der Jezu´ten en sterft in 1591 aan de pest, nadat hij zelf pestlijders heeft verzorgd. In 1605 wordt Aloysius zalig verklaard en in 1726 volgt de heiligverklaring. Aloysius is de patroonheilige van de jeugd; zijn feestdag is op 21 juni

   

De kerk aan de Abstederdijk is bedoeld als noodkerk en wordt in 1924 vervangen door de huidige Aloysiuskerk aan de Adriaan van Ostadelaan. Deze kerk uit 1924 heeft zowel van buiten als van binnen nogal wat aanpassingen ondergaan. Bij de laatste herinrichting is het aantal zitplaatsen (1200) teruggebracht tot 400.  

St. Aloysiuskerk  

             

foto 8 Aloysiuskerk 

De Aloysiuskerk is ontworpen door architect H. W. Valk met als grondvorm een zeshoek. Deze zeshoekige vorm komt overal terug: bij de buitenmuren, in de opstelling van de banken, in de vorm van de koepel, en bij vorm van de trap van het priesterkoor. De vierentwintig meter hoge koepel wordt gesteund door zes pilaren. 

De kruiswegstaties in de kerk zijn in Jugenstil uitgevoerd, naar een ontwerp van W. Wiegmans. De muurvlakken zijn een centimeter diep uitgehakt. Daarna zijn de holtes met een speciale specie opgevuld en met metaalverf bestreken. Hierop zijn met waterverf de schilderingen aangebracht. Het maken van iedere  statie nam twee maanden tijd in beslag. Het kruis op iedere statie is groen geschilderd als teken van hoop. 

De eerste klokken zijn in 1943 door de Duitsers omgesmolten om oorlogsmunitie te maken. De huidige klokken dragen de naam van Aloysius en Gerardus.  Aloysius weegt 208 kg en heeft als opschrift psalm 94 venite, exsultemus Domino, jubilemus deo, salutari nostro: komt laat ons jubelen voor de Heer, laat ons juichen voor God, onze Heiland. Gerardus weegt 131 kg, en kreeg het opschrift Ave maria gratia plena: Wees gegroet Maria vol van genade. 

  De liturgische veranderingen die vanaf 1966 geleidelijk werden ingevoerd, hebben tot verbouwingen en aanpassingen geleid. Zo verdwenen het hoofdaltaar, het Maria-altaar en het Jozef-altaar, de communiebanken en de biechtstoelen. De St. Antoniuskapel werd dagkapel. Opvallend zijn de moza´ekwand achter het altaar en de gebrandschilderde raampjes, waarop diverse perioden uit het leven van St. Antonius zijn te zien. Achter in de kerk is een gedachteniskapel ingericht. Tijdens een uitvaartdienst wordt een kruisje met de naam van de overledene opgehangen. Deze kruisjes blijven een jaar hangen en gaan dan naar de nabestaanden. 

Meereorgel

 

 

                      

foto 8 Meere-orgel

 

De inrichting van de Aloysiuskerk heeft veel herkenningspunten uit het verleden. Het prachtige Meere-orgel uit de Biltstraatkerk neemt een centrale plaats in op het priesterkoor. Ook de doopvont en de vaandels komen uit de Biltstraatkerk, terwijl de houten communiebanken aan de zijkant nog uit de vroegere kerk Onze Lieve Vrouwekerk komen. Twee devotieplekken zijn ingericht met houten beelden van Maria en H.Hart uit de H.Hartkerk. Daar hing vroeger ook het kruisbeeld dat nu boven het huidige linker zijaltaar hangt. We mogen trots zijn op deze prachtig ingerichte kerk.  

   

  --terug naar begin pagina--